Boodschappen doen

In huis hebben is het halve werk

De boodschappenlijstjes

Als je anders gaat eten, zal je merken dat je ook anders boodschappen moet gaan doen. Waarschijnlijk koop je meer verse dingen en andere basisingrediënten dan voorheen. Tijdens de Challenge zorgen wij voor de recepten en boodschappenlijsten. Als je wilt verzorgen wij ook de benodigdheden voor ontbijt en het diner. En natuurlijk bereiden we je lunch in het restaurant.

Tijdens de Challenge hebben we recepten voor je uitgezocht die passen bij een vitaal voedingspatroon. Niet alleen van dag tot dag, maar zelfs drie keer per dag zijn er lekkere, makkelijke en gevarieerde recepten voor je uitgekozen.

Omdat veel mensen wekelijks uitgebreid gaan shoppen, hebben we de totale lijst per week samengesteld. Zo kun je in één keer alles in huis halen. Maar dat hoeft natuurlijk niet; Als je op sommige dagen niet thuis gaat koken, of er zijn dingen bij die je niet kunt of wilt eten, dan kan je de boodschappenlijstjes ook per dag downloaden en op jouw manier gebruiken.

En wat je vast in huis moet hebben:

  1. Olijfolie
  2. Kokosolie
  3. Lijnzaadolie
  4. Peper
  1. Zout
  2. Gras roomboter (om te smeren)
  3. Gewone roomboter (om te bakken)
  4. Knoflook
  1. Groentenbouillon blokjes
  2. Ongezouten en ongebrande noten
  3. Pure chocola
Onder lees je in detail waarom deze en hoe je gezonde soorten kiest.

Hou eventueel ook rekening met de Ready to cook maaltijdtassen die je besteld hebt: die ingrediënten kan je van de lijst halen. Gebruik maken van het Ready to cook aanbod is de makkelijkste manier om tijdens de Challenge inkopen te doen: je krijgt alles wat je nodig hebt mee in een tas, waarin je alles aantreft voor een heerlijke, verse avondmaaltijd.

Maak je voorraadkast tot je vriend

Wanneer je honger hebt, ligt het voor de hand om je keuze te baseren op dat wat je in huis hebt. Het assortiment bepaalt de keuze.
Voor snacken geldt dat al helemaal: je grijpt naar wat er voorhanden is.

Daarom is het verstandig om ervoor te zorgen dat je steeds voldoende van de juiste ingrediënten in huis hebt. Je zal tijdens de Challenge wel gemerkt hebben dat het bedrijfsrestaurant een makkelijke manier is om ander eten te ontdekken: het staat voor het grijpen. Voor je eigen huishouden geldt in zekere zin hetzelfde. Als de juiste bakvetten, kruiden en specerijen er al staan begin je meteen goed. En nieuwe gewoontes vormen zich sneller dan je denkt.

Dit zijn de basis ingrediënten die je nodig hebt als je gaat koken tijdens de Challenge. Het maakt daarbij niet uit of je de maaltijdtas gebruikt of zelf de boodschappen hebt gedaan.

Oliën en vetten komen we in dag 4 en 5 uitgebreid op terug. In het algemeen kan je de meeste plantaardige oliën beter niet verhitten. Daarom is het ook beter om bij aankoop te kijken of de olie koudgeperst is; dit is de eerste olie die bij lage temperaturen uit de vrucht komt, en het meest zuiver. Latere persingen zijn verhit en van mindere kwaliteit. Dit is de basis voor in huis:

  1. Extra Vergine Olijfolie. Een lekkere basis voor dressings op salades en bij brood, maar niet om in te bakken.
  2. Lijnzaadolie. Geeft je smoothie een lekkere volle smaak en vult.
  3. Kokosolie. Ideaal voor bakken en braden. De natuurlijke, koudgeperste kokosolie smaakt nog altijd naar kokos, dat een beetje terug kan komen in wat je klaarmaakt. Als je dat niet bij alles lekker vindt, is er ook ontgeurde kokosolie. Daarbij is het wel belangrijker voor een biologische olie te gaan; soms is er een chemisch proces gebruikt voor het ontgeuren.
  4. Gewone roomboter om in te bakken. Voor de liefhebber is er ook geklaarde boter of ghee, die je tot hogere temperaturen kan verhitten.
  5. Gras roomboter voor het smeren op je brood.

Andere plantaardige oliën zoals mais, zonnebloem en soja kan je beter mijden.

Kruiden en specerijen. Vers is lekkerder en gezonder dan gedroogd, dus de kruiden die je regelmatig gebruikt als plantje houden loont de moeite. Daarnaast is dit de vaste voorraad:

  1. Zout. Versgemalen is lekkerder, en een molentje vullen is een kleine moeite. Kies voor grof zeezout, liefst grijs. Keukenzout is geraffineerd om een fijne korrel en witte kleur te krijgen, maar bevat daardoor minder mineralen.
  2. Peper. Gebruik ook hier hele korrels die je per keer maalt, zodat de oliën in de bolletjes niet ranzig worden.
  3. Knoflook. Probeer ook eens de bollen: kleiner dan de ‘gewone’ Chinese knoflook maar uit één stuk en mooi van smaak.
  4. Groentenbouillion blokjes. Kijk hier even goed naar het etiket: smaakversterkers zijn een teken dat de blokjes van zichzelf geen goede smaak meer hebben. Smaakversterker wordt met verschillende namen aangeduid zoals E621, natrium-glutamaat, MSG en gist-extract. Dit komt allemaal op hetzelfde neer en kan je beter niet eten.

Tussendoortjes:

  1. Ongezouten en ongebrande noten. Lekker in de muesli of een handje tussendoor.
  2. Chocola. Pure chocola met een percentage van 75% of hoger is gezond en erg lekker. In melkchocolade of lagere percentages is suiker en melkvet toegevoegd en daarom minder geschikt. Op dag 3 van de Challenge vertellen we meer over suiker.

Tot slot is het wellicht verstandig om zo veel mogelijk “verleidingen” niet meer in huis te hebben. Ondanks dat het geen dieet is en wij juist graag willen dat je voldoende eet is het beter om geen snoep, koekjes, chips, frisdranken en vruchtensappen meer in huis te hebben.

Algemene tips voor boodschappen doen

Vlees en vis
Vlees van dieren die zelf vers gegeten hebben is beter. Kies als dat kan voor gras gevoerd vlees boven vlees van dieren die droogvoer aten. Dit zijn meestal dieren die buiten lopen wanneer dat kan. Vlees komt uit een relatief lange keten: er komt veel tijd en veel middelen kijken voordat een stuk vlees in de winkel ligt. Daarom is het bij vlees extra zinvol om biologisch te kopen.

Koop op de markt
Op de markt zijn de meeste groenten en fruit goedkoper en van prima kwaliteit. Je vindt er ook nog wel eens wat nieuws om te proberen!

Lees het etiket
In Nederland zijn er redelijk strenge regels over wat er op het etiket moet staan, en daarom kan je van het lezen van etiketten veel leren. Een paar tips:

  • Minder is meer. Als er bijvoorbeeld in ham 12 ingrediënten zitten, dan klopt er iets niet.
  • Er hoeft niet bij alles een percentage te staan, maar ze moeten we op volgorde van meer naar minder staan. Dus als er op chocopasta staat: “suiker, plantaardige olie, cacao (7,4%)”, dan weet je dat suiker het grootste ingrediënt is, en dat er meer dan 7,4% olie in zit.
  • Het is niet verplicht om E-nummers te gebruiken. Veel mensen hebben tegenwoordig geen goed gevoel bij E-nummers, en daarom worden ze vaker weggelaten. Maar ook als er “lecithine” staat in plaats van E322, of “vetsin” in plaats van E621, het is en blijft hetzelfde.
  • Als je niet gewend bent te lezen lijkt het aan het begin een woud van termen, maar al snel zie je een patroon en herken je de meeste dingen. Even doorzetten dus!

Bij twijfel niet doen
Als je op het etiket ingrediënten tegenkomt die je niet herkent of waarvan het niet logisch is dat ze erin zitten, neem het dan niet. Toevoegingen zoals smaakversterkers zijn meestal een teken dat de originele smaak verloren is gegaan of niet goed was. Conserveringsmiddelen maken een product langer houdbaar, maar waarschijnlijk gaat het dan ook al een tijdje mee tegen de tijd dat je het koopt.

E-nummers zijn ooit bedoeld om de consument zekerheid te geven dat de hulpstoffen goed zijn, ze zijn dan immers Europees goedgekeurd. Inmiddels zijn we er wel achter dat sommige van deze stoffen niet zo onschadelijk zijn als we dachten, of in ieder geval niets goeds toevoegen. Wees kritisch op wat je wel en niet accepteert!

Eet smakelijk!